Identiteit Twentse steden, Almelo groenblauwe stad.
Enschede een universiteitsstad, Hengelo metaalstad, Oldenzaal staat bekend als Boeskoolstad. De steden in Twente hebben alle een duidelijke identiteit. Almelo valt daarbij als provinciale industriestad uit de toon, beseft zich dat terdege en is dan ook al jaren op zoek naar een nieuwe eigen identiteit. Eerst met een Masterplan dat gestruikeld is over haar megalomane trekjes en sinds 2011 met het proces van Het verschil maken.

Inleiding: Wat is het probleem?
Een paar jaar geleden heeft de regio Twente een boek uitgegeven dat gaat over de Twentse Stadsranden. Het boek geeft een fraai inzicht in de verstedelijking die Twente (de netwerkstad plus Oldenzaal, Twenterand en Wierden) sinds 1900 heeft doorgemaakt.
In 1900 was Twente “leeg” met hier en daar een begin van stedelijke bebouwing. Omstreeks 2000 is het gebied al sterk verstedelijkt en begint de open ruimte schaars te worden. Lagen de diverse steden in 1900 nog ver van elkaar, in 2000 rijgen ze zich welhaast aaneen. Het woonklimaat wordt steeds minder aantrekkelijk.
Daaruit wordt duidelijk dat de open groene ruimte een schaars goed begint te worden. Een goed waarop je zuinig moet zijn.
Hoe moet Almelo hierop reageren, zowel in de binnenstad als in het buitengebied?
Een nieuwe, realistische, visie op Almelo binnen en buiten.
We begonnen met de constatering dat de open ruimte schaars begint te worden. Misschien moeten we het nog sterker formuleren: de open ruimte, het Almelose buitengebied is één van de meest waardevolle bezittingen van Almelo. Je komt niet naar Almelo voor zijn (weinig aantrekkelijke) binnenstad. Je komt naar Almelo omdat je er een start kunt maken voor een tocht door een prachtig buitengebied, een fraai coulissenlandschap. Op dat landschap moeten we zuinig zijn. Dat moeten we niet verpesten door zinloze bedrijventerreinen die jarenlang braak gaan liggen. Door nieuwbouwwijkjes die niet echt van de grond komen.
Sterker: we moeten dat fraaie landschap als het ware de stad inlokken. Almelo als een groen-blauwe stad. Daarin onderscheidt Almelo zich in positieve zin van andere steden in de buurt. Deze kenmerken moeten worden versterkt. Daartoe heeft NAT een aantal voorstellen ontwikkeld.
Deze visie moet niet alleen worden doorgevoerd op losse postzegeltjes in loze hoekjes van de stad maar de stad moet ervan doortrokken zijn. Overal in de stad moet de bezoeker merken dat Almelo een groene stad is.
Dus, zoals het blauw (kanaal) doordringt in de binnenstad, moet ook het groen erin doordringen.
We geven nu een aantal mogelijke opties voor realisatie van deze visie:
01) Van de grote toegangswegen mooie beboomde lanen maken : “Wierdensestraat” wordt “Wierdenselaan” etc;
02) Om het laan-karakter te benadrukken: die lanen – waar mogelijk – voorzien van middenbermen met bomen (zoals al gedaan in de Bornerbroeksestraat-Noord).
03) Hetzelfde (1 en 2) doen met de rondwegen, zowel de binnenring als de buitenring.
04) Nieuwe parken creëren in de binnenstad (het Rogmanspark is nu alleen voor herten en eenden); zie 12 en 13.
05) De Markt omtoveren in een beboomde markt met water (plan Voskamp).
06) Als het kanaal terugkomt tot op de Markt, dit als ondiepe goot doortrekken tot de Aa.
07) Het Kolkje inrichten als extra winkellus met vooral boutique-achtige winkels tussen veel groen, met doorsteek vanuit Talamini-pleintje en een restaurant aan het water.
08) Concentratie van het winkelgebied tot de omgeving van de Koornmarkt t/m Oranjestraat (incl. Marktplein, Hagengracht en Kolkje). Ondernemers faciliteren om te verhuizen.
09) Geen nieuwe (kantoren)hoogbouw meer toestaan in de binnenstad. Dat is funest voor alle andere ontwikkelingen en doodt de stad ’s avonds en in het weekend.
10) Mogelijkheden tot verbouwing van de leegstaande kantoorruimte tot woningen onderzoeken.
11) Afzien van nieuwbouw van het Stadhuis op het Fortezzaterrein; als Twentestad doorgaat is zo’n stadhuis toch niet meer nodig.
12) Het Fortezzaterrein niet tot een nieuwe steenklomp maken (er staan daar al genoeg grote gebouwen) maar omvormen tot een mooi park. Niet zomaar een park, maar een Arboretum, met ècht mooie bomen (zie
bijgaande plattegrond). En om dat betaalbaar te houden: laat de bomen sponsoren door burgers, scholen en bedrijven (“deze beuk is gesponsord door …”).
13) Het terrein tussen Cogas en het spoor, en verder langs de Aa veranderen in een groen gebied (het “Aa-park”), met mogelijkheden voor festiviteiten, eventueel speelmogelijkheden, thema’s en horeca.
Voor een grafische voorstelling van deze opties, zie de bijgevoegde figuur.
NAT zou graag deze voorstellen op hun (financiële) haalbaarheid onderzoeken maar heeft daartoe niet de faciliteiten. Hopelijk ziet de Gemeente aanleiding om deze taak over te nemen.
NAT realiseert zich dat bestuurders zelden zitten te wachten op ongevraagde adviezen. Maar misschien is de bestuurscultuur, waarvan onze burgemeester heeft aangegeven die te willen veranderen, inmiddels zozeer gewijzigd dat er gewoon eens wordt geluisterd naar wat een groep betrokken Almeloërs op tafel legt. Het verleden (ook het recente) heeft geleerd hoe fout het kan gaan als er stelselmatig niet naar de opvattingen en de inzichten van de bevolking wordt geluisterd.
